Leven
Vilhelms Purvitis was Letlands beroemdste
landschapschilder.
Hij begon een school waarin het schilderen naar de natuur centraal stond en
werd hierdoor de grondlegger van de traditie van het landschapschilderen. Hij
stichtte de Letse Kunst Academie en was de directeur van het Kunstmuseum van
Riga. Door de veelheid aan activiteiten is hij een van Letlands meest opvallende
en gewaardeerde persoonlijkheden.
![]() |
| Kunstacademie in St. Petersburg |
Hij werd op 3 maart 1872 geboren als eerste kind van Juris en Anna Purvitis op de Jauzi boerderij in Jaunpils, nu bekend als Zaube. De boerderij voorzag de familie onvoldoende in hun onderhoud en het gezin, met inmiddels vijf kinderen, verhuisde in 1887 naar Klastici in Belarus waar Juris een molen huurde. Daar kwam Vilhelms, 15 jaar oud, voor het eerst in contact met een leraar die gestudeerd had aan de St. Petersburg Academy of Art, die hem stimuleerde om deze Academie te bezoeken, iets wat erg ongewoon was in die tijd.
![]() |
| Letse studenten in 1897 |
Op 26 jarige leeftijd reisde hij met Janis
Rosenthals en Janis Valters naar Parijs
maar de franse kunst kon hem niet blijvend boeien en hij reisde verder naar
München waar een grote tentoonstelling gehouden werd over Russische en
Finse kunst die georganiseerd werd door Sergey Diaghilev.
Hij zou zelf vele malen deelnemen aan door Diaghilev georganiseerde Mir iskusstva
tentoonstellingen. In 1899 verliet hij
St. Petersburg en Moskou en keerde terug naar Letland.
In 1870 werd door de Duitse Balten met toestemming van Tsaar Peter de Grote
een Kunstverein opgericht die niet alleen locale kunstenaars toonde maar ook
de leidende kunstenaars van Rusland en Duitsland zoals Ivan Kramskoy, Arhip
Kuinji, Ilya Repin en Arnold Bocklin, Max Klinger en Max Lieberman. De Kunstverein
nodigde Purvitis uit.
Bij de opening van de Salon diende hij en Janis Valters niet minder dan 70 schilderijen
in, die wat artistieke en professionele ontwikkeling geen gelijke kenden, hoewel
de werken stilistisch ver verwijderd waren van de traditionele romantische schilderkunst
van de Düsseldorf School. Vele bezoekers vonden de schilderijen ‘te
modern’. Maar Rosenthals schreef in een brief aan de schrijver Rudolf
Blaumanis ”Onder hen, echter, is een kunstenaar die werkelijk een gift
van God heeft, die herkend wordt als de grootse onder de moderne Russische landschapschilders,
wiens naam door de beste Europese schilders met diep respect wordt genoemd,
die een Let is en die voor de eerste keer zijn werk in eigen land toont. Je
zou verwachten dat op z’n minst de Letten dit als een zeldzame en belangrijke
gebeurtenis zouden eren maar niets is minder waar – zij hebben het nauwelijks
opgemerkt...”, schreef Rosenthals.
In Parijs, München, Lyon, Berlijn, Keulen, Dresden, Keulen, Frankfurt,
Hannover deed hij mee aan vele tentoonstellingen en won hij keer op keer prijzen
in de jaren 1900, 1901 en 1902.
In 1905 brak er een revolutie uit en werden de Duitse landgoederen platgebrand
met strafexpedities als gevolg. Men verheugde zich op een manifest van de Tsaar
die burgerlijke vrijheid beloofde. Dit werd een keerpunt in de geschiedenis
van Letland. De houding ten opzichte van de ineenstortende Duitse autoriteit
spleet ook de kunstenaarswereld.
Janis Rosenthals tekende een petitie die de dichter Rainis had geschreven en
die meer burgerrechten voor de Letten eiste. Valters en Purvitis weigerden deze
petitie te tekenen omdat de petitie zich keerde tegen de belangrijkste clientèle
van de kunstenaars. Daar het grootse deel van zijn inkomsten afkomstig was van
de Duitse Balten moest hij uiteindelijk een baan aannemen als onderwijzer Riga
en in Revel (Tallinn). In 1909 vroeg het stadsbestuur van Riga hem om directeur
te worden van de Riga City School of Art.
Plannen om de school op een hoger academisch niveau te organiseren werden door
de Eerste Wereldoorlog onderbroken. In 1919 werd hij door de Russich-Baltische
regering aangesteld als directeur van de Riga City Museum of Art. In 1919 werd
door het kabinet besloten dat er een kunstacademie gesticht moest worden en
werd Purvitis aangesteld als rector.
Hij was een uiterst bedrijvig persoon die naast zijn banen als rector, professor
aan de Academie en museumdirecteur, bestudeerde hij de natuur, schilderde en
participeerde in internationale tentoonstellingen.
In 1942 organiseerde hij voor het eerst in 30 jaar een eenmanstentoonstelling
met meer dan 300 schilderijen.
In 1942 vertrok hij, wellicht onder druk van de zich terugtrekkende Duitsers
naar Duitsland waar hij op 14 januari 1945 overleed in Bad Nauheim. Hij werd
herbegraven in Riga in 1994. Een groot deel van zijn werk is verloren gegaan
tijdens de bombardementen op Dresden of tijdens het transport. Enige honderden
schilderijen en schetsen zijn nooit teruggevonden.`